Verplichte AOV voor zelfstandigen: wat betekent de nieuwe basisverzekering voor jou?

31/7/2026

Leestijd: 6-7 minuten

Als ondernemer ben je zelf verantwoordelijk voor je inkomen. Maar wat gebeurt er als je door ziekte of een ongeval langere tijd niet kunt werken? Veel zelfstandigen hebben hiervoor geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet wil daar verandering in brengen met een verplichte basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid.

In maart 2026 is het wetsvoorstel voor de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, kortweg BAZ, naar de Tweede Kamer gestuurd. Het voorstel is nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten er nog over beslissen en ook de ingangsdatum staat nog niet vast. Toch is het verstandig om nu al te weten wat de plannen voor jou kunnen betekenen.

Wat houdt de verplichte basisverzekering in?

De basisverzekering is bedoeld als vangnet voor zelfstandig ondernemers die langdurig arbeidsongeschikt raken. Volgens het huidige wetsvoorstel word je in principe publiek verzekerd. De Belastingdienst int de premie en UWV beoordeelt of je recht hebt op een uitkering en betaalt deze uit.

De regeling biedt nadrukkelijk een basisdekking. De uitkering bedraagt volgens het voorstel 70% van de uitkeringsgrondslag, tot maximaal het wettelijk minimumloon per maand. De hoogte hangt dus mede af van de winst die je vóór je ziekte met je onderneming verdiende.

Belangrijk om te weten: bij de beoordeling wordt niet alleen gekeken of je jouw eigen beroep nog kunt uitoefenen. UWV beoordeelt ook of je met algemeen geaccepteerd werk nog ten minste het minimumloon kunt verdienen. Kun je jouw eigen werk niet meer doen, maar ander passend werk nog wel? Dan kan dat betekenen dat je geen uitkering uit de basisverzekering ontvangt.

Voor wie gaat de verplichte AOV gelden?

Volgens de huidige plannen geldt de verzekering voor ondernemers die:

  • nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt; en
  • voor de inkomstenbelasting winst uit onderneming genieten.

Daaronder vallen niet alleen zzp’ers, maar ook ondernemers met personeel. Ook een ondernemer met weinig of tijdelijk geen winst blijft in beginsel verzekerd. Bij een nihil- of verliesjaar is volgens het voorstel geen premie verschuldigd, maar een lage winst werkt ook door in de mogelijke uitkering.

Niet iedereen die in de praktijk als zelfstandige werkt, valt onder de voorgestelde regeling. Onder andere resultaatgenieters, meewerkende partners en directeur-grootaandeelhouders vallen volgens het huidige voorstel buiten de verplichte publieke verzekering.

Geldt de regeling ook voor een DGA?

Nee, een DGA valt volgens het ingediende wetsvoorstel niet onder de verplichte basisverzekering. Het kabinet maakt hierin dus onderscheid tussen een ondernemer voor de inkomstenbelasting en iemand die via een eigen BV werkt.

Dat betekent niet dat een DGA automatisch goed verzekerd is. Een DGA die niet onder de werknemersverzekeringen valt, moet nog steeds zelf beoordelen hoe het inkomensrisico bij arbeidsongeschiktheid wordt opgevangen. Dat kan bijvoorbeeld met een private AOV, vermogen of een combinatie daarvan.

De keuze voor een BV moet overigens nooit alleen van deze verzekering afhangen. Fiscale gevolgen, aansprakelijkheid, winstniveau en administratieve lasten spelen eveneens een rol. Lees hierover ook onze blog Aansprakelijkheid als ondernemer: hoe bescherm je jezelf?.

Wat gaat de basisverzekering ongeveer kosten?

De premie is in het wetsvoorstel gekoppeld aan de winst uit onderneming. In de huidige berekeningen wordt uitgegaan van een premie van ongeveer 5,4% van de premiegrondslag.

De premie wordt berekend tot een maximumbedrag. In de memorie van toelichting wordt gerekend met een maximale grondslag van € 38.000. Bij dat voorbeeld komt de maximale premie uit op ongeveer € 171 bruto per maand. Bij een lagere winst is de premie lager. Zo komt een winst van € 25.000 in het voorbeeld uit op ongeveer € 113 bruto per maand.

Deze bedragen staan nog niet vast. Het premiepercentage wordt naar verwachting jaarlijks bepaald en de maximale grondslag beweegt mee met het wettelijk minimumloon. De premie voor de publieke verzekering wordt volgens het voorstel fiscaal aftrekbaar als uitgave voor een inkomensvoorziening. De nettokosten zijn daardoor lager dan de brutopremie.

Werk je deels in loondienst en deels als ondernemer? Dan kan het loon waarover je al voor de werknemersverzekeringen bent verzekerd de premiegrondslag voor de basisverzekering verlagen.

Wat is de wachttijd?

De wachttijd bedraagt in het huidige wetsvoorstel 104 weken. Dat betekent dat je de eerste twee ziektejaren zelf financieel moet overbruggen. Pas daarna kan een uitkering uit de publieke basisverzekering ingaan, mits je aan de voorwaarden voor arbeidsongeschiktheid voldoet.

Die periode is lang. Een buffer blijft daarom belangrijk, ook als de verplichte verzekering er komt. Breng in ieder geval in beeld:

  • hoeveel je privé iedere maand nodig hebt;
  • welke zakelijke kosten doorlopen als je niet kunt werken;
  • of je partner of het huishouden ander inkomen heeft;
  • hoeveel maanden je met je huidige spaargeld kunt overbruggen; en
  • of tijdelijke vervanging binnen je bedrijf mogelijk is.

In onze blog Geld apart zetten als ondernemer: zo voorkom je verrassingen lees je hoe je stap voor stap aan een gezonde buffer werkt.

Wat gebeurt er met een bestaande AOV?

Heb je al een private AOV? Zeg deze dan niet op vanwege het wetsvoorstel. Een bestaande verzekering kan een ruimere dekking hebben dan de publieke basisverzekering, bijvoorbeeld een kortere wachttijd, een hogere verzekerde uitkering of een beoordeling die beter aansluit bij je eigen beroep.

Het wetsvoorstel bevat twee mogelijkheden om buiten de publieke verzekering te blijven:

  1. De opt-out: je sluit een private verzekering af die aan de wettelijke minimumeisen voldoet. De verzekeraar vraagt vervolgens bij het UWV om ontheffing van de publieke verzekering.
  2. Overgangsrecht: bepaalde verzekeringen die vóór een nog vast te stellen peildatum zijn afgesloten, mogen mogelijk blijven bestaan, ook als deze niet volledig aan alle eisen van de opt-out voldoen.

Niet iedere huidige polis zal automatisch geschikt zijn. Bij het overgangsrecht wordt onder meer gekeken of de verzekering periodiek uitkeert, bedoeld is voor langdurige dekking en geen wachttijd heeft van meer dan 104 weken. De definitieve voorwaarden en de peildatum zijn nog niet bekend.

Laat je bestaande polis daarom beoordelen voordat je iets wijzigt. Kijk daarbij niet alleen naar de premie, maar ook naar de wachttijd, eindleeftijd, uitsluitingen, indexatie, hoogte van de uitkering en de manier waarop arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld.

Is een buffer of broodfonds straks nog nodig?

Ja. Een broodfonds of andere schenkkring vervangt de verplichte basisverzekering volgens het huidige voorstel meestal niet. Zo’n voorziening kan juist wel nuttig blijven voor de eerste twee ziektejaren. Daarmee kan een broodfonds aansluiten op de wachttijd van de publieke verzekering.

Een eigen buffer blijft eveneens belangrijk. De publieke uitkering is gemaximeerd op het minimumloon en dekt niet automatisch al je privélasten, zakelijke verplichtingen of volledige inkomen. Zeker bij een hogere winst kan er een flink verschil ontstaan tussen je normale inkomen en de uitkering.

Zie de basisverzekering daarom als één onderdeel van je financiële planning. Net als bij pensioenopbouw als ondernemer draait het om de vraag hoeveel zekerheid je nodig hebt en welke risico’s je zelf kunt dragen.

Moet je nu al iets regelen of kun je beter afwachten?

De wet is nog niet definitief. Je hoeft daarom nu nog geen premie voor de publieke basisverzekering te betalen en je kunt de uiteindelijke regeling ook nog niet aanvragen.

Volledig afwachten is alleen niet altijd verstandig. Arbeidsongeschiktheid kan ook ontstaan voordat de nieuwe regeling ingaat. Bovendien gaat het huidige voorstel uit van een wachttijd van twee jaar en slechts een basisuitkering.

Dit kun je nu al doen:

  • bereken hoeveel inkomen je minimaal nodig hebt als je uitvalt;
  • controleer hoe lang je buffer voldoende is;
  • laat een bestaande AOV inhoudelijk beoordelen voordat je deze aanpast;
  • vergelijk bij een nieuwe AOV niet alleen de premie, maar vooral de dekking;
  • neem de verwachte premie alvast mee in je meerjarenbegroting; en
  • denk na over preventie, vervanging en de continuïteit van je bedrijf.

Voorkomen dat je langdurig uitvalt is minstens zo belangrijk als de financiële opvang daarna. Een gezonde werk-privébalans en tijdig bijsturen bij stress of lichamelijke klachten horen daarom ook bij goed ondernemerschap.

De verplichte AOV biedt een basis, geen volledige oplossing

De verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering moet voorkomen dat zelfstandigen bij langdurige uitval zonder inkomen komen te zitten. Dat is een belangrijk vangnet, maar geen vervanging voor een eigen plan. De wachttijd is lang, de uitkering is begrensd en niet iedere ondernemer valt onder de regeling.

Ons advies: neem nu nog geen overhaaste beslissingen op basis van een wetsvoorstel, maar breng je risico’s wel alvast in kaart. Heb je al een verzekering, een broodfonds of een buffer? Kijk dan hoe deze voorzieningen op elkaar aansluiten. Heb je nog niets geregeld? Wacht dan niet automatisch op de overheid, maar bepaal welke bescherming nu bij jouw situatie past.

Wil je weten wat de verplichte AOV naar verwachting voor jouw onderneming en financiële planning betekent? We kijken graag met je mee. Samen zorgen we dat jouw inkomen, buffer en toekomst goed op elkaar aansluiten.

Deze blog is gebaseerd op de stand van het wetsvoorstel op 23 juli 2026. De parlementaire behandeling loopt nog. Bedragen, voorwaarden en de ingangsdatum kunnen daarom nog wijzigen.

Op de hoogte blijven? 

Ontvang onze nieuwsbrief.
Bedankt! We hebben je inschrijving ontvangen
Oops! Something went wrong while submitting the form.